vrijdag 7 oktober 2011

Laguna Verde


Vandaag hebben we een daguitstap gedaan met een organisatie van hier.  Privé chauffeur-gids voor een dag voor ons alleen. (de tour was open voor alle toeristen maar bij gebrek eraan waren het dus wij twee…)
Zelf rijden zat er niet in  omdat datgene dat we wilden bezoeken te ver weg was en de weg er naartoe niet berijdbaar voor een gewone wagen (en achteraf gezien ook niet te doen voor een Belgische automobilist…..)
De eerste 100 km op de heenweg gingen langs normale weg, daarna begonnen wegen afwisselend van zand, zout, steen , kleine keien, grote keien, kuilen of soms helemaal geen weg….
Soms  wordt de ‘weg’ enkel aangeduid met stenen of kleine verhogingen langs de kant, daar moet je dan tussenblijven dat is de weg…
De 285 km tot aan het verste punt van vandaag namen 4 en half uur in beslag.
De verste bestemming was gelijk ook het tot nu hoogte- en hoogste punt van onze reis, namelijk Laguna Verde
(klik op het fotootje voor een grotere versie)



Het is een lagune gelegen op 4200m hoogte en het is het adembenemendste wat we ooit zagen!  Zo mooi!  Bijna niet echt!
We hebben er geluncht in een klein barakje dat er stond en dat voor iedereen dienst doet als rustplaats, overnachtingplaats of wat dan ook.  Iedereen laat er iets achter en doet er iets of niets….Heel speciaal.  Bij de laguna zijn er ook verschillende warmwaterbronnen of baden en ééntje ervan was overdekt in de barak (grappig)
De kleur van het water is zo groen door de mineralen (Calypso of zoiets)
Daarboven op 4200 m was het wel héél koud en er stond een strakke wind, onze trui en jas waren zeker niet overbodig!

Na Laguna Verde reden we naar Laguna Santa Rosa, een lagune midden in een salar (zoutvlakte)  De kleuren varieerden hier in verschillende tinten groen, geel en wit.  Op de laguna zaten zelfs enkele flamingo’s.







De weg tussen Laguna Verde en Santa Rosa was wel heel apart!  Er was een ‘weg’ maar volgens onze chauffeur was die te slecht (was ook zo) dus besloot hij om zo maar door het landschap te gaan rijden.  Niet erg want er is hier niks, geen plant, geen boom, geen gracht, enkel woestijn van zand en steen en die bleek minder hobbelig dan de weg en hij kon zo ook een heel stuk weg afsnijden….
We rijden de hele tijd op een altiplano, dit is een hoogvlakte in de Andes op 4500 meter.  Rondom ons zien we nog verschillende dode vulkanen onder andere Vulkaan Copiapo en Vulkaan Ojos del Salado die ook de hoogste vulkaan van Zuid-Amerika is met zijn 6800 meter.
Rondom ons zijn trouwens de hoogste bergen van de Andes, allemaal boven de 6000 meter, alleen de Aconcagua is hoger en die ligt iets verderop
Vanuit Laguna Santa Rosa ging het dan terug naar Copiapo waar we rond 7 uur vanavond aankwamen.  Eerst douchen want we zagen geel van het woestijnzand en ons haar was zo goed als beton….
Daarna aperitiefje gaan drinken en lekker eten hier in het hotel.
Het was een vermoeiende dag maar echt een heel unieke ervaring die we voor geen geld hadden willen missen!

Kort filmpje over Laguna Verde

donderdag 6 oktober 2011

Van Oceaan tot woestijn


Deze morgen toen we opstonden was het bewolkt, toen we vertrokken was het lichtjes aan ’t regenen, maar dit kan ons niet deren want het regent hier in de Copiapo regio 23 mm per jaar, dus veel regen hadden we niet te verwachten.
Naar de kust toe werd het droger, de wolken dreven landinwaarts waar ze dan echt opdrogen naargelang de dag vordert en  zo werd het nog een mooie dag.
Van Copiapo rijden we naar Caldera, een klein vissersdorpje aan de kust.  Naast het vissersdorpje zijn er hier 2 belangrijke havens, de ene transporteert ertsen ( vooral koper en zilver) de andere druiven, maar toch overheerst de haven het landschap niet.
We rijden verder naar Chañaral.  Een pittoresk havenstadje ware het niet dat het pittoresk genoemd wordt om de verkeerde reden.  Het smetteloze witte strand is eigenlijk het resultaat van een grote milieuverontreiniging.  De 2 belangrijke kopermijnen van Portrillos en Salvador dumpten hun afval hier.
Het strand werd enorm vervuild en er was geen leven meer in zee.  Bewoners dwongen van de regering een sanering af en die kwam er in 1988.  Nu wordt het afval op “milieuvriendelijke“ manier verwerkt dichter bij de mijn
Het havenstadje heeft nog andere rampen te verwerken gekregen zoals oa een tsunami in 1922, een overstroming  in 1940 en een aardbeving van 7.0 in  1970.
Het is ook in deze regio dat er op nogal korte termijn een serieus zware aardbeving verwacht wordt……
Vanuit Chañaral rijden we verder om het Parque Nacional de Pan de Azucar te bezoeken. 
De goeie weg stopt en we rijden verder over een weg aangelegd in aangereden zout.  Was een goeie weg alleen het idee dat de weg van zout gemaakt is, is wel raar…
Dankzij de miezelregen die we vanmorgen hadden en die er waarschijnlijk ook de afgelopen dagen was, komen we weer terecht in de Desierto Florido, de bloeiende woestijn.



Een enorme bloemenpracht!  We doen een wandeling door de woestijn enkel en alleen om die pracht te bewonderen.  Tussendoor staan ook de typische cactussen van hier, de copiapoa cactussen.

We komen aan in Caleta Pan de Azucar, een vissersdorpje van een huis of 5.   Elk huisje is er of winkel of restaurant en daar hebben we vanmiddag hele lekkere vis gegeten.  Ik denk dat die beestjes nog geen half uur voor wij ze opaten gevangen waren en ze waren lekker.



Het restaurantje-huisje ligt dus op het strand, vlakbij maken vissers hun vissen en netten schoon, katten schuiven aan aan het buffet en pelikanen proberen ook nog een gemakkelijke prooi te pakken te krijgen.
We rijden verder door het Nationale park en het landschap verandert.  Het wordt droger en plots is er niks meer, geen struik geen plant geen grasspriet, niks!
De weg is nog amper te onderscheiden van de rest van het landschap, alles is dezelfde kleur…..Onwezenlijk en prachtig.
Gedurende een kilometer of 30 rijden we door de woestijn, dan komen we weer op de Panamericana die groen lijkt….onze ogen moeten zich weer aan kleur aanpassen….



We rijden terug naar Copiapo waar we na 6 uur aankomen.  We hadden een fantastische dag, onze ogen hebben weer overuren gemaakt.  We bezegelen het met een lekkere Pisco op de Plaza de Armas en daarna met een lekker avondmaal in een restaurantje vlakbij het hotel.

woensdag 5 oktober 2011

Copiapo


Vandaag was een rijdag.  Van Vicuña via La Serena naar Copiapo duurde iets meer dan 6 uur voor een rit van 430 km.
We reden bijna de hele tijd langs de Panamericana (de grootste autoweg in Chili die Noord en Zuid met elkaar verbindt) maar het was voor het grootste deel maar een éénbaansweg en door het drukke verkeer was de gemiddelde snelheid soms nogal laag.
Er rijden meer vrachtwagens en bussen over deze weg dan personenwagens, dus vandaar dat het soms ook trager gaat vooral bergop....
Onderweg zijn we één omgekeerde vrachtwagen tegengekomen, was van de weg geraakt en ondersteboven de ravijn ingestort……’t zag er nogal spectaculair uit….
Copiapo ligt midden in de Atacama woestijn en is vooral vorig jaar bekend geworden toen er 33 mijnwerkers in een ingestorte mijn opgesloten zaten.  Ze zaten opgesloten van 5 augustus tot hun redding op 13 oktober.  De reddingsactie was een hele onderneming die wereldwijd rechtstreeks op TV te volgen was.
Op het centrale stadsplein werd de klok geluid telkens er weer een mijnwerker naar boven gehaald werd.  Het moet een redelijk emotionele bedoeling geweest zijn toen voor de inwoners van deze stad.




Nadat we ingecheckt hadden in het hotel waar we de volgende 3 nachten verblijven, zijn we de stad een beetje gaan verkennen.  Veel is hier niet te zien, vooral winkels zoals elke doorsnee Chileense stad en een mooi centraal plein.



Deze stad dient dan de volgende dagen enkel als uitvalsbasis voor enkele uitstappen.

Extraatje voor diegene die de blog dagelijks lezen, er zijn fotootjes toegevoegd bij het verslag van gisteren 'Pisco en Planeten'




dinsdag 4 oktober 2011

Pisco en Planeten


Raar !  Gisterenmorgen was het verkeer in La Serena een hel, alles stond vast en iedereen wou tegelijker tijd doorrijden en omdraaien.  Rode of groene lichten werden totaal genegeerd (dit alles zijn we intussen gewoon hier in Chili) en vanmorgen toen wij op hetzelfde uur vertrokken was het keirustig op straat…..
Des te beter, zo waren we La Serena snel uit om naar Vicuña te rijden.
Vicuña ligt een kleine 100 km meer landinwaarts van La Serena, midden in de Elqui vallei, één van de vruchtbaarste valleien van Chili.


Naast fruit- en groenteteelt zijn er hier vooral wijngaarden.  Anders dan verwacht echter is er maar één wijngoed de rest zijn allemaal pisco distillerieën.
Pisco is te vergelijken met Cognac die ook op basis van wijn gemaakt wordt.  Wijn is dus de basis van deze tot 40° sterke drank.  Puur wordt het gedronken, maar beter bekend zijn de Pisco Sour op basis van Pisco en limoen en de Mango Sour met – wat had je gedacht – mango en pisco.
Pisco is de nationale drank van Chili, maar hieraan ging wel een oorlogje met Peru aan vooraf.  Peru produceert ook Pisco en voor die 2 landen is het tot op heden nog altijd geen gestreden strijd wie nu echt de naam Pisco op zijn blazoen mag zetten.
We reden tot het stadje Pisco Elqui, dit stadje heette voorheen La Union.  Om de naam ‘Pisco’ bij wet te beschermen gaf één van de vroegere ministers van binnenlandse zaken de opdracht om de naam van La Union in Pisco Elqui te veranderen.
We bezochten vandaag 2 Pisco distelerieën; één was artisanaal (kleine productie en alles werd er nog manueel gedaan zoals bijvoorbeeld etiketten plakken en de kurken vastzetten met een kroontje), de andere is een industriële coöperatieve die eveneens de grootste producent van Chili is. 
We logeren vandaag in een Hostal.  Gezellig is het hier wel, het straalt een beetje een Hippiesfeer uit.  Alles is nogal familiair, is wel heel anders dan de hotels die we gewoon zijn, maar zeker niet minder leuk….
Vanavond zijn we ook nog naar Mamalluca – Het observatorium – geweest.  We kregen er een hele uitleg over de verschillende telescopen die er in Chili staan.  Chili is ideaal gelegen om observeringen van het heelal te doen.  Er zijn hier verschillende grote wetenschappelijke observatoria en Mamalluca is er speciaal gekomen om de bezoekers ook tot te laten mee te genieten van de mooie sterrenhemel.
We konden zelf ook door 2 verschillende telescopen zien.  De sterren zijn interessant maar eigenlijk was de maan nog het mooiste wat we konden zien.


Het was 11 uur ’s avonds door voor we terug in onze hostal waren.

maandag 3 oktober 2011

Pinguïns en Cactussen


Vanmorgen om 8.30 werden we aan het hotel afgehaald door Eco Tours voor onze dagtocht van vandaag.
Wij reden van La Serena  naar Caleta Punta de Choros ( een rit van 2 uur) om daar met de boot naar Isla Choros en Isla Damas te gaan.
De boot waarmee we varen is niets meer dan een veredelde vissersboot ( er zijn bankjes en lifejackets voorzien )
Het weer was niet al te super ( veel wind, nogal wat golven en bewolkt bij vertrek) dus oorspronkelijk was het nog de vraag of we gingen uitvaren of niet……
Na iedereen aan boord te hebben gehesen (zo’n 20 man) vertrokken we op een nogal ruwe zee naar Isla Choros, het eerste eiland van het Reserva Nacional Pinguinos Humboldt.
Nog geen 2 minuten nadat we vertrokken waren, was ik al kletsnat….. Een grote golf sloeg stuurboord over de rand en zodoende was ik al nat van teen tot nek…..
Op Isla Choros mag niemand aan land, het is een reservaat en enkel wetenschappers mogen er op land.  Er was genoeg te zien vanaf de rand van het eiland.
In de eerste plaats natuurlijk de Humboldt Pinguin, herkenbaar aan het streepje dat helemaal doorloopt over zijn borst en zijn formaat, het is de kleinste der pinguïns en is enkel 50cm groot.


Het zijn ook de enige pinguïns die kunnen klimmen.  Langs de rand van het eiland zagen we verschillende paden (gemaakt door de pinguïns) die hogerop op het eiland leidden.
Naast  de pinguïn zijn er hier verschillende andere dieren te zien zoals de zeeleeuw, zeehond, zeeotter en verschillende vogels zoals de kormoraan, de lile ( is een andere soort kormoraan met oranje bek en poten) de pelikaan, meeuwen in alle sorten enz…Dit alles zagen we rond Isla Choros waar we rond konden varen, maar waar we niet aan land mochten.


Dolfijnen kijken zat er vandaag niet in, want dan moesten we naar de achterkant van Damas varen en daar was te veel wind, dus geen dolfijntjes vandaag….
Rond Isla Choros zijn er ook veel vissers die Abalones vissen.
Het is een schelpdier (zoals een mossel) maar dan gigantisch groot. De schelpen worden gevangen door duikers en elke schelp apart heeft wel een vrucht vergelijkbaar met een goeie steak.  Eigenlijk is het zoals St. Jacobsvrucht of oester, maar dan véééééééél groter.  We hebben mogen proeven en het smaakt heel ziltig, zoals rauwe oester, maar ’t is nogal taai.  Gebakken denk ik dat het wel lekker is…

Volgende eiland is Isla Damas, hier konden we wel aan land.
Hier is minder wildlife, maar qua landschap is het dan weer veel specialer.
We hebben het geluk – we konden er alleen van dromen – maar we zijn midden in de desierto florido  beland.
Dit fenomeen doet zich gemiddeld één  keer in de 10 jaar voor (enkel als het 5 dagen geregend heeft in de winter).
Desierto florida wil zeggen de bloeiende woestijn, de woestijn die plots vol bloemen staat…. Alle kleuren…geel, wit, paars, rood, groen….



Anders is dit een gewone rotsvlakte, nu is het precies het ideale gewenste rotstuintje in de Max!
Prachtig!!!!  Zo mooi, ik kon niet stoppen met fotookes maken (142 volgens de laatste telling).
Na een uurtje rondwandelen op Isla Damas voeren we terug naar Punta Choros om daar te lunchen (om 4 uur)
Empanadas met kaas en garnalen, reinetta (vis) met puree en salade en ijs toe
Na de lunch reden we terug naar La Serena.
Vanavond hebben we gegeten in een klein restaurantje hier in het centrum van La Serena, de vrouw was superlief en wou ons vanalles laten proeven.  Ze had een klein kruidentuintje op het balkonnetje van het restaurant, dus vertelde ze vanalles over de verschillende kruiden, maar bovenal, de steak werd geserveerd met de beste pepersaus die we tot nu toe om het even waar gegeten hebben!  Super lekker dus !

Nootje :  Als je op de foto klikt zie je ze groter en beter ;-) 

Nootje 2 : Gisteren was er een aardbeving van 5.3  in Noord Chili, de regio waar we volgende week zijn.  Gelukkig was het epicentrum in zee op 40km diepte, dus geen schade maar wel effen interessant om mee te geven :-)

zondag 2 oktober 2011

Op weg naar La Serena


It ’ s chilly in Chili !  ‘s Avonds toch…..
Het was stralend weer vandaag, blauwe hemel maar enkel rond de 18°C. Het is dan ook nog maar lente hier en we reden de hele dag langs de kust en door de bergen.  Maar nu de zon weg is, is het koud.  We hebben een klein gaskacheltje op de kamer, maar ik vertrouw zoiets niet, dus lekker dikke trui aangedaan.
Onze rit van vandaag bracht ons naar La Serena zo’n 500 km ten noorden van Viña del Mar waar we vanmorgen vertrokken.
Het eerste deel van onze rit verliep al met hindernissen.  Ons plan was om heel de tijd langs de kust te rijden, maar in Viña was er vanmorgen om 8 uur al een Corida (dit is een statenloop waarvoor meer dan 10.000 mensen ingeschreven hadden) dus bijna heel de stad was afgesloten, gelukkig geraakten we nog net op tijd door voor de laatste straat dicht ging…..
Het landschap veranderde stilaan van redelijk groen naar een landschap met vooral cactussen.  Bomen zijn hier niet te bespeuren, het wordt stilaan een droog landschap maar daarom niet minder mooi.
Dit is ook het biotoop van de chincilla.
Vroegere bewoners van Chili hechtten geen speciaal belang aan dit 500 gr wegende knaagdiertje, maar in 1898 kwam men er ineens achter dat de jacht op deze diertjes nogal eens winstgevend zou kunnen zijn.  Over een periode van de volgende 7 jaren werden er 2,5 miljoen pelsen verscheept en waren de chincilla’s zo goed als uitgestorven.
Met subsidies van de staat is Chili in 1923 begonnen met een kweekprogramma voor chinchillas en nu zijn er intussen 2 grote beschermde colonies beide hier in de buurt van La Serena.  Een ervan is een reservaat speciaal opgericht voor in het wild levende beestjes.  Spijtig genoeg hebben we de diertjes niet gezien en gaan we ze ook niet zien, het zijn nachtdieren en het gebied waar ze leven is zo uitgestrekt dat het onbegonnen werk is er naar op zoek te gaan.

La Serena zelf is een rustig stadje (kan zijn dat het maar zo lijkt omdat het zondag is).  De oceaan ligt een kilometer of 10 vanhier.  De zusterstad van La Serena is Coquimbo, daar komen in de zomer meer toeristen opaf.
Iets te eten vinden was hier vandaag niet zo simpel.
Afhaalpizza was de enige optie, alle restaurants zijn hier dicht op zondag…..
Gelukkig hadden we vanmiddag onderweg in een klein onooglijk typisch Chileens restaurantje al iets gegeten.  Geen hoogstaand culinair gedoe, maar doorsnee Chileens eten en eigenlijk is dat wat we het liefst hebben, geen toeristisch gedoe gewoon het pure!

zaterdag 1 oktober 2011

Eindelijk aangekomen


Intussen zijn we mits een paar voorvalletjes goed en wel in Chili aangekomen.
Om te beginnen had onze vlucht Brussel –Madrid al 1 uur vertraging.  We hadden nog geen definitieve instapkaarten voor onze vlucht Madrid – Santiago, dus dat werd weer rennen.  Barajas is zo’n onzinnig grote luchthaven dat het van onze aankomstterminal K tot onze vertrekterminal U, 27 minuten wandelen was (we hadden maar een half uurtje overstaptijd, dus moesten we ons wel haasten).  Net voor boarding kwamen we aan de gate en onze instapkaarten waren snel in orde.
Onze vlucht vanuit Madrid werd ook al direct voor onbepaalde tijd vertraagd omdat er een passagier aan boord was die medische verzorging nodig had.  Deze passagier zat natuurlijk juist naast mij.  Een oudere dame, ze zag er niet al te best uit, voelde zich helemaal niet lekker en dus besloot het vliegtuigpersoneel er een dokter bij te halen om te zien of  ze wel meekon op de vlucht.  Na meer dan een half uur werd beslist dat ze meekon, maar ik had toch nog altijd een beetje angst dat ik op de duur naast een l°°k zou zitten of dat we ergens in Brazilië zouden moeten landen om een zwaar zieke af te zetten.  Gelukkig is de dame kort na opstijgen in slaap gevallen en hebben we er weinig last van gehad verder.

Om 9 uur landen we dan eindelijk in Santiago.  Onze wagen oppikken en dan naar Viña del Mar.  We kregen een Hyundi Elantra met nog maar 9500km op de teller…
Rond de middag kwamen we aan in Viña.  Het hotel waar we logeren is hetzelfde van 3 jaar geleden en we reden er nog recht op af (en dat is een hele prestatie verkeerssituaties kennende in Chili -> beetje druk en ongeordender dan bij ons)

Om 3 uur konden we pas op onze kamer, dus was het tijd om na 2 dagen eens iets fatsoenlijks te gaan eten.  Het voordeel van terug te gaan naar een plaats waar je al eerder was is dat je ook de lekkere eetplaatsjes kent en zodoende hebben we ons enkele uren na aankomst in Chili al laten verwennen met al de lekkere culinaire dingen van dit land.  Aperitief een Pisco, daarna een uitgebreide brunch met Chevice (= rauwe in limoen gemarineerde vis en zeevruchten) kalfssteak, kip en ribbekes, kabeljauw, zwaardvis en een mengeling van verschillende mosselen, daarbij allerlei groenten en salades, wijn en als nagerecht een ijsje uit de uitgebreide keuze van 36 soorten en koffie.

Dit alles hebben we verteerd met een fikse strandwandeling.  Het weer was fantastisch, 21° met stralend blauwe hemel (te weten dat het hier nu begin van de lente is)

Intussen zijn we nog onze jetlag aan het verteren maar we vertikken het om vroeg te gaan slapen. 
De rest van de namiddag hebben we nog wat gewinkeld,(zorgen voor mondvoorraad voor morgen overdag en voor drank) gewandeld en een wijntje gedronken in de strandbar.